Derde jaar afgerond

Niet zo spectaculair als de eerste twee jaar. Mijn leven begint meer en meer in balans te komen. Het is nu een “makkie” om bij de drank vandaan te blijven. Het willen drinken speelt nagenoeg geen rol in mijn leven. Alcoholisme is voor mij niet iets, omdat het vandaag geen rol in mijn leven speelt, lichtzinnig mee om te gaan. Het blijft oppassen. Ik heb in de afgelopen drie jaar al genoeg mensen op hun bek zien gaan. Zo erg zelfs dat enkelen het het met de dood hebben moeten bekopen.

Afschermen en afstand nemen

Het maakt indruk, het maakt véél indruk op me als het misgaat bij anderen. Ik kan er dagen door van slag zijn. Dat geldt niet alleen voor de mensen die eraan doodgaan. Het geldt minstens ook voor de mensen die al een tijd niet gedronken hebben en het op één of andere manier weer willen proberen. Of voor de mensen die blijven martelen en spartelen om weer sociaal te leren drinken. Soms kan ik er niet meer tegen, als veel kort achter elkaar gebeurt. Dan moet ik mezelf afschermen, afstand nemen, wil ik er niet aan onderdoor gaan.

Niet gewoon

Stel; ik zou weer beginnen te drinken, dan zou ik alles, maar dan ook alles verspelen waar ik zoveel plezier in gekregen heb. Ik heb een groot netwerk van niet drinkende alcoholisten om me heen, vele zijn goede vrienden geworden. Sommige zelfs meer dan dat. Mijn sponsor b.v.; een moordwijf, ze laat me mijn fouten maken, ze is er gewoon. Wat eigenlijk helemaal niet zo gewoon is. Uren zitten we soms in één of andere horeca gelegenheid. Uren hebben we langs het strand gelopen en dan heb ik het nog niet over de uren dat we samen aan de telefoon hangen en gehangen hebben. Een bijzondere vriendschap

Geen zweeftevenclub

Om alcoholist te zijn is het niet noodzakelijk om in de goot te liggen. Dat mag wat mij betreft meer bekendheid krijgen. Het taboe wat op alcoholisme rust bespreekbaar maken. Via één op één contacten, maar ook uitwisselen van ervaringen over b.v. voorlichting geven over alcoholisme. Of ontwikkelingen binnen AA met elkaar uit te wisselen, te brainstormen. Misschien zelf wat opener te kunnen zijn naar de reguliere hulpverlening. Met als doelstelling de vele noodlijdende alcoholisten een hand te reiken

AA is geen zweeftevenclub, we staan met beide benen op de grond en zijn als AA’ers ervaringsdeskundig. We zouden de professionele hulpverlening kunnen aanvullen en andersom. Het is nog toekomst, hier en daar wordt serieus met elkaar overlegd en samenwerking voorzichtig in praktijk gebracht. Voor mij is het iedere keer weer spannend. Soms gaat het me niet snel genoeg. Ik blijf soms een opgewonden ongeduldig standje. Zal met mijn echte achternaam te maken hebben, volgens een zeer goede vriend.

Aandachttrekkerij

Een groot deel van mijn familie was in de twee voorgaande jaren een heikel punt; dat blijft het. Ze kunnen en willen niet geloven dat ik een alcoholist ben (zie boven; alcoholisten liggen in de goot). Ze denken dat het op één of andere manier aandachttrekkerij van me is. Jammer en pijnlijk om in mijn alcoholisme niet serieus genomen te worden door een groot deel van mijn familie. Zoals ik in een vele dingen niet serieus genomen ben. Ik aanvaard het, of althans, ik probeer het te aanvaarden. Moeilijk vind ik het wel. Hier kan ik werkelijk niets aan veranderen, behalve mijn eigen koers kiezen en wat afstand te houden.

Eerste nieuwjaarsdag

Dit was in vogelvlucht mijn derde jaar. Het achterliggende jaar heb ik gisteren gevierd met mijn sponsor, we hebben genoten. Ik heb het geluk een sponsor te hebben waar het onwijs mee klikt. Toevallig belde ze me gistermiddag op, ze was een beetje appelig. Net als ik overigens al een paar dagen. Beetje praten tot we samen op het idee kwamen om uit eten te gaan en wat reuring op te zoeken. Nu is er in ons stadje genoeg te doen. Toen we elkaar eenmaal troffen, hadden we beiden iets van; we kunnen ook naar Amsterdam. Treinkaartjes gekocht en wij met de trein naar Amsterdam.

Stiekeme blikken

De stad al vol met kerstversiering, op een pleintje een heuse kerstmarkt en draaimolentjes en een treintje voor kinderen. Nepsneeuw in de kerstbomen. De geur van glühwein en oliebollen en ander vet spul. ‘The red light destrict’ zoals de toeristen het noemen, waar je de laatste jaren gewoon veilig doorheen kunt wandelen. Veel toeristen die een rondleiding krijgen en met veel gegiechel langs de aldaar geëtaleerde dames lopen. Eigenlijk niet durven te kijken, maar toch stiekeme blikken werpen als ze denken dat niemand het ziet.

Bloednerveus

We zijn uit eten geweest in een poepiesjiek restaurant. Het soort restaurant waar ik vroeger regelmatig kwam en ik vergeten was dat ze de stoel daar onder je billen aanschuiven. En ik nog steeds hetzelfde reageer; dat kan ik zelf wel. Ik werd er toen al bloednerveus van, dat heb ik nog steeds. De smaak van het eten was perfect, ook zoals in mijn dranktijd, geen borden vol. Toen vond ik dat niet erg, drank was belangrijker en honger had ik nooit. Nu had ik iets van mwoah..is het eten op de bon of zo?

Smullen van de sfeer

En zoals een paar alcoholisten horen te doen, daarna nog een paar afzakkertjes gehaald(zonder alcohol) in een kroeg op de Zeedijk of daar in de buurt, het kan ook de Warmoestraat geweest zijn. Ik had mijn sponsor al een aantal weken niet gezien, ze is kort geleden op vakantie geweest en heeft pas een nieuwe functie op haar werk. Genoeg om bij te praten. Leuk om de omgeving van een kroeg nuchter mee te maken, nog veel leuker om niet meer te hoeven drinken. En gewoon van de sfeer daar te kunnen smullen.

Typisch Amsterdams?

Houten onbewerkte tafels, oude schilderijen aan de muur, tegelvloer, trappetje omhoog waar nog twee tafeltjes stonden, trap naar beneden voor de toiletten. Dat heb ik altijd al typisch gevonden; in Amsterdam kan je òf met een trap naar beneden òf naar boven naar het toilet. Ik ben nog zelden in horeca gelegenheden geweest waar deze zich gelijkvloers bevinden. Zeer galante barkeepers die als ons glas halfleeg was, kwamen vragen of we nog tonic en appelsap wilden. Ze moeten uiteraard om hun omzet denken. En wij maar praten. Al met al een onwijs gezellige middag en avond met elkaar. Uiteraard zonder drank, het was genieten.

Doorbijten

En vier jaar geleden was toen de eerste dag. Ik kon me niet voorstellen dat het zonder drank ooit nog leuk zou kunnen worden, dat ik me zou kunnen ontspannen. Het was soms doorbijten, met de blik op oneindig en verstand op nul. Steeds weer doorbijten en steeds eerst contact zoeken, hulp zoeken, via mailen, chatten of bellen met lotgenoten. Wat ik overigens nog steeds doe, nu op een andere manier. Tegenwoordig doe ik twaalfde stapwerk met veel plezier. Sinds ik gestopt ben met drinken, zoveel andere mensen om me heen. En soms is het leven waardeloos en soms is het gewoon leuk en soms is het meer dan leuk.

Één ding weet ik heel zeker; en ik spreek voor mezelf. Als ik was doorgegaan met spartelen en het op mijn eigenwijze manier had willen blijven proberen om sociaal te gaan drinken, had ik nu nog gesparteld. Ik ben blij dat ik dat niet meer hoef. De tijd is doorgegaan en ik voel me weer ontroerd.

Geplaatst in IK

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*