5. De sociale cirkel bij alcoholisten

Een opvallende trek van veel alcoholisten is dat zij er veel belang aan hechten om mee te draaien op hun plek in de maatschappij volgens de regels die zij vinden dat er op die plek gelden.

Met grote regelmaat zijn dit ook de regels die de andere deelnemers aan dit systeem aan zichzelf en anderen stellen; maar het komt ook voor dat anderen zo streng helemaal niet zijn, maar dat iemand alleen zichzelf zulke opdrachten geeft. Er lijkt wel een taboe op afwijken te bestaan.
Men moet alles kunnen wat een ander ook kan. [dit fenomeen staat wel bekend als iets niet kunnen kan niet].

Neem als voorbeeld een vrouw die vindt dat ze een goede echtgenote moet zijn die altijd klaar staat om haar man op te vangen, een moeder die altijd tijd heeft voor haar kinderen, een schoondochter die altijd bereid is haar schoonmoeder bij te springen, een vriendin die altijd een luisterend oor heeft, een werkneemster op wie altijd gerekend kan worden, en natuurlijk ook een leuke buurvrouw die gezellig een glaasje meedrinkt. Dan draait ze natuurlijk dol.
Met een beetje pech merkt niemand het, omdat ze zelf vindt dat het ook nog allemaal vanzelfsprekend moet zijn. Gaat ze teveel alcohol gebruiken, dan faalt ze op een gegeven moment als echtgenote, als moeder, als schoondochter, als vriendin, als werkneemster en als buurvrouw[9].

Als men op deze manier in het leven staat, kan er overbelasting ontstaan, met allerlei klachten als gevolg: oververmoeidheid, spanningsklachten, relatieproblemen. Het gedrag aanpassen mag niet; men moet immers kunnen volhouden wat anderen ook kunnen volhouden.
Alcoholgebruik is een mogelijkheid om deze situatie langer te kunnen voortzetten, en het is een geaccepteerde manier binnen het eigen sociale gebeuren. De sherry van de huisvrouw, de pils van de bouwvakker en de whisky van de zakenman horen bij het zo belangrijke gewenste rolpatroon.

Begint zich een alcoholprobleem te ontwikkelen, dan treedt er een zeer interessant fenomeen op. Tengevolge waarschijnlijk van de andere drie Cirkels, krijgt men meer behoefte aan alcohol dan in de sociale omgeving gebruikelijk is. Er komen signalen dat men begint af te wijken, en dat mocht nu eenmaal niet. De oplossing wordt er niet in gezocht dat men het alcoholgebruik vermindert, maar dat men indien mogelijk de sociale omgeving aanpast.

Dit is vaak bij mannen meer zichtbaar dan bij vrouwen, de meeste vrouwen hebben minder bewegingsvrijheid in hun sociale omgeving.
Voorbeeld: na het werk gaan een aantal collega’s altijd wat drinken. Iedereen drinkt twee consumpties, maar langzamerhand gaat dhr. X er vier drinken. Hij vangt licht afkeurende reacties op, en voelt zich gelijk minder op zijn gemak.
Vervolgens trekt hij de conclusie dat hij deze collega’s eigenlijk niet zo aardig vindt, en na enige tijd bevindt hij zich bij een ander groepje collega’s die allemaal vier consumpties nemen; en hij hoort er weer bij. Tot hij er zes nodig heeft natuurlijk, dan herhaalt het proces zich.

Dit verschijnsel voltrekt zich heel langzaam, in de loop van jaren; niet alleen op het werk maar overal. Die zwager die niet drinkt is eigenlijk maar een droogstoppel: daar gaat dhr. X niet meer heen. De schaakclub waar men met het spel serieus omgaat, en waar weinig alcohol is, wordt opgezegd, eigenlijk kost het toch teveel tijd. Veel leuker om wat te gaan sporten; en wat toevallig dat daar een leuke sportkantine bijhoort.

Dit alles gaat zo ongemerkt dat dhr. X het zelf niet beseft. Hij merkt het pas als hij uiteindelijk met drinken stopt; dan denkt hij nog een functionerend sociaal bestaan te hebben, en aardige vrienden; alleen maar om te ontdekken dat hij daar zonder alcohol helemaal niet meer thuishoort.

Werk waar alcohol helemaal bij hoorde wordt heel anders ervaren als men niet meer drinkt. Collega’s weten er geen raad mee, klanten en de baas begrijpen er niet veel van. Hoe meer het werk met alcohol verweven was [horecapersoneel, zakenlieden, journalisten, kunstenaars], hoe onmogelijker zijn positie wordt.

Hetzelfde heel geleidelijke aanpassingsproces heeft zich ook in zijn naaste omgeving voltrokken. Men kent hem alleen als drinkend. Zijn vrouw is er al lang aan gewend dat ze op hem niet hoeft te rekenen. Ze kan hem zelfs om die reden gekozen hebben[10], al is ze zich dat meestal niet bewust geweest. Als zijn alcoholprobleem uit de hand loopt wil ze daar wel verandering in hebben, maar als hij helemaal stopt kent ze hem niet meer. Dat kost regelmatig alcoholisten hun relatie. Kinderen hebben geen echte band met hem opgebouwd, en het is na het stoppen vaak te laat, hij wordt niet serieus meer genomen.
Soms is alles zo uit de hand gelopen dat er van werk of gezin geen sprake meer is.

Bekijkt men al deze gevolgen op een rij, dan kan het geheel als volgt worden samengevat: een investering van vele jaren in een gedragspatroon dat bedoeld was om zo goed mogelijk in een patroon te passen, is er op uit gelopen dat men op ieder maatschappelijk veld niet meer in het patroon past. Het is niet zo vreemd dat wij het op de Detox hebben over een levensfaillissement in zulke gevallen. Bateson noemt dit de Bodemervaring[11].

Het hoeft trouwens lang niet altijd te gaan om mensen die zich proberen aan een maatschappelijk wenselijk rolpatroon aan te passen.
Men ziet hetzelfde gebeuren bij mensen uit min of meer randgroepen die in teveel alcoholgebruik verzeild raken, en het in die omgeving ook niet kunnen maken om opeens aan de Spa Rood te gaan zitten.
Daarmee komen we dan terecht op een van de belangrijkste en meest tragische feiten over een niet meer drinkende alcoholist: hij zal de rest van zijn leven afwijkend zijn als het om alcohol gaat. Is alcohol voor andere mensen een plezierig zijlijntje in het bestaan, voor hem zal het voortaan de stof zijn die hij ten koste van alles zal moeten vermijden of waaraan hij ten onder zal gaan.

Als de oorspronkelijke hypothese klopt dat het hier juist gaat om mensen voor wie een taboe op afwijken geldt, dan is dit een zeer zware belasting. Dat blijkt dan ook wel. Wat zo’n cliënt doormaakt als hij in het begin met een glas cola op dezelfde verjaardag zit waar hij vroeger altijd de voortrekker op alcoholgebied was, is indrukwekkend.
Hij voelt alle ogen op zich gericht, en fantaseert de meest negatieve gedachten in de hoofden van de mensen om hem heen. Kortom, hij voelt zich doodongelukkig. Desgevraagd zal hij dat echter niet gauw toegeven. Hij is het er rationeel namelijk helemaal mee eens dat het doodnormaal zou horen te zijn om met een glas cola daar te zitten; dat dat voor hem niet doodgewoon is, is een geheim dat met veel schaamte is beladen. Immers, hij mocht toch niet anders zijn dan anderen?[12]

Dit geheel is in andere terminologie prachtig omschreven door Gregory Bateson in ‘de Cybernetica van het Zelf'[11]. Hij heeft het over de strijd tussen de alcoholist en de fles, waarbij de alcoholist zichzelf steeds weer wil bewijzen dat hij gewoon sociaal kan drinken en de alcohol de baas is. Drinkt hij niet, dan heeft hij daarmee toegegeven verloren te hebben, drinkt hij wel, dan merkt hij gauw genoeg wie er de baas is. Ons inziens betrekt Bateson hier niet voldoende de rol van de omgeving bij, die immers voortdurend de norm uitstraalt dat een mens sociaal hoort te kunnen drinken.

Daarom is het betrekken van de omgeving bij een behandeling zo belangrijk, als de eis je moet sociaal kunnen drinken in de omgeving kan worden vervangen door drinken is nergens voor nodig, dan is de cliënt een heel stuk verder. Helaas kent dit zijn beperkingen. In een gezin lukt dit veel gemakkelijker dan b.v. op het werk, in de buurt, bij een vereniging of bij kennissen.

Bateson[11] geeft als belangrijkste werking van de AA aan dat men daar begint met te accepteren dat men de strijd verloren heeft en dus kan ophouden met vechten. In communicatietermen wil dat zeggen dat men de symmetrische strijd vervangt door een complementaire: men zal zich voortaan staande houden door de strijd juist niet aan te gaan.
Ook dit is echter een beslissing die men buitengewoon moeilijk op eigen kracht kan nemen, er kijken vele ogen mee, en er zijn talrijke meningen van derden in het spel waar rekening mee moet worden gehouden.

Men kan dit goed merken als men het geploeter meemaakt van cliënten: ‘Wat moet ik zeggen als ze bij dat jubileum champagne schenken? Wat zullen ze denken als ik weiger bij een rondje? Hoe kom ik die zakenlunch door? Mijn schoonouders hebben nooit wat gemerkt, hoe hou ik dat nu verborgen? Ik krijg ieder jaar een fles whisky van de baas, hoe moet dat nou? Mijn dochter trouwt, hoe kan ik nu een toast uitbrengen met een glas limonade? Ik wil zo graag weer gaan stappen met vrienden. De nieuwe buren komen kennismaken, wat zullen ze wel denken als ik geen borrel schenk?’ etc. etc..
Je hoort als hulpverlener zulke klachten niet eens zo vaak. De cliënt heeft zijn eigen antwoorden als klaar: een feestje moet ook leuk kunnen zijn zonder alcohol, mijn dochter houdt van me ook wel zonder dat ik drink, wat een ander denkt moet je aan je laars lappen, eerlijkheid is altijd de beste strategie, vrienden met wie je alleen kunt stappen zijn toch geen echte vrienden, als het de buren niet aanstaat blijven ze maar weg, ik kan toch niet voor de lol van de slijter naar de knoppen gaan, etc., etc. Ze hebben zulke troostende opmerkingen al zo vaak gehoord, ze zijn het er ook wel mee eens, maar ja, het voelt allemaal zo heel anders, en ga dat maar eens vertellen aan een ander die niet heeft meegemaakt wat jij meemaakt.

Daarmee word je eenzaam. Natuurlijk wil de omgeving helpen en steunen, maar daaraan zitten beperkingen. Na zo’n half jaar begint iedereen het gewoon te vinden dat je niet meer drinkt, maar voor jou zelf is het dat nog allesbehalve, voor jou is het nog een dagelijks geploeter. De omgeving gaat echter weer eisen aan je stellen, het probleem is immers wat hun aangaat achter de rug? Het volgende verhaal hebben we in talloze versies gehoord: De cliënt had een rotdag, collega’s hadden grapjes gemaakt over zijn glas gemberbier, bij de lunch had hij zich hopeloos buitengesloten gevoeld als enige met een glas Spa, de baas was kwaad omdat hij bij een receptie was weggebleven, vrienden hadden plannen gemaakt voor het carnaval en hadden niet eens meer gevraagd of hij meeging, naar het café na het werk was hij maar niet meegegaan, omdat hij wist dat daar de pils al klaar zou staan voordat er besteld was. In een afschuwelijk humeur kwam hij thuis; en kwam daar terecht in een ruzie met zijn vrouw omdat hij vergeten was dat hij een van de kinderen ergens mee zou helpen. Zijn conclusie was dat blijkbaar niemand het een donder kon schelen dat hij zoveel moeite deed om droog te blijven, en als dat toch niemand wat kon schelen hij net zo goed weer kon gaan drinken. En dat was het dan. Hij kon geen waardering meer waarnemen voor zijn strijd, bij collega’s niet, bij klanten niet, bij zijn baas niet en ook in zijn gezin niet, en daarmee was de strijd in zijn beleving waardeloos geworden.

Cliënten zullen voorbereid moeten worden op de eenzaamheid waarmee ze verder zullen moeten. Want natuurlijk kan hij ook anders naar zo’n situatie leren kijken. Hij zou ook kunnen constateren dat zijn vrouw hem juist een compliment gaf: ze liet immers merken dat ze hem weer zag als een normale partner waar ze een normaal meningsverschil mee kan uitvechten, en niet meer als de slappe alcoholist waar iedereen rekening mee moet houden, omdat hij anders weer gaat drinken. De cliënt moet leren accepteren dat het simpelweg niet van familie te verwachten valt dat het hele bestaan voortaan om het droog blijven van de alcoholist zal draaien, dat zou ook voor alle andere gezinsleden en voor de alcoholist een uiterst ongezonde zaak zijn.

Hij zal of het zonder zichtbaar begrip van anderen moeten doen, of een plek moeten vinden waar wel begrip voor het probleem blijft bestaan; wat een van de redenen is dat we op de Detox zo graag mensen naar de AA zien gaan.

Bron: vansanten.com

Dit bericht is geplaatst in Verslaving met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *