Als iemand het woordje ‘god’ uitspreekt schieten de meeste mensen zowel binnen als buiten de AA meteen in een mentale weerstand-modus. Het luisteren naar degene die dat woordje heeft gebezigd gaat vervolgens door een afkerende filter. Van luisteren is dan geen sprake meer en komt de focus van de luisteraar te liggen op selectief-horen-waar-ik-de-ander-op-kan-pakken, alleen-horen-wat-ik-al-dacht, of simpelweg niet meer luisteren. Het geven van voorlichting over de AA is dan inderdaad erg moeilijk.
Zo ook tijdens de COI bijeenkomst waar het onderwerp ter sprake kwam omdat het een van de moeilijke vraagstukken is bij het geven van voorlichting. De beschrijving bij de vraagstelling toont dat al aan. Tijdens de bijeenkomst heeft immers niemand gesproken over “het probleem godsdienst”. Wel is gediscussieerd over het veelvuldig voorkomen in de AA-literatuur van het woordje “god” en hoe we dat bij het geven van voorlichting kunnen interpreteren en uitleggen (de gee-o-dee uitleg en varianten daarop). De filter van de luisteraar heeft echter van dat woordje nu “Het-Probleem-Godsdienst” van gemaakt. Kennelijk roept het praten over het woordje “god” bij voorlichters van de AA nog zoveel weerstand op dat de AA uitleg en -interpretatie vervormt en opgeblazen wordt tot een heus ‘godsdienstig probleem’.
Tijdens de COI bijeenkomst heeft ook niemand om enig probleem heen gedraaid, zoals bij de vraagstelling wordt gesuggereerd. Een goed AA-geïnformeerde voorlichter hoeft dat ook niet. Die kan, met hoofdstuk 4 uit het Big Book of de 12 stappen in het achterhoofd, simpelweg vertellen én uitleggen dat de AA niet godsdienstig is, zelfs niet bij het veelvuldig voorkomen dat dat ene woordje. De eigen ervaring spreekt natuurlijk nog meer aan.
Als een voorlichter echter zelf nog emotionele weerstand heeft bij dat woordje of bij de interpretatie ervan, dan komt een uitleg hierover bij het geven van voorlichting niet overtuigend en geloofwaardig over. Dan lijkt inderdaad een godsdienstig probleem te ontstaan (bij de voorlichter).
Het geopperde eenvoudig idee om dan maar “het één en ander te herschrijven” getuigt van de oude alcoholistische neiging om de oplossing voor moeilijke zaken buiten jezelf te leggen. Het doet me denken aan mijn drinkende tijd waarbij ik ook als oplossing ventileerde dat alles eenvoudigweg herschreven moest worden ten gunste van mijn verslaafde ego. Ook veel herstellers in de verslavingszorg hoor je roepen dat de ‘therapie niet deugt’ of de ‘theorieën onzinnig’ zijn. En bij de AA willen veel enthousiaste nieuwkomers de boel al snel (laten) herschrijven.
Wat moet er dan herschreven worden? Waarmee kan het woordje god door vervangen worden zodat het aanvaardbaar is zonder de kern en achterliggende waarde onrecht aan te doen. En hoe ver ga je dan? Veel mensen ergeren zich immers ook aan andere spirituele begrippen als ‘een hogere macht’, geestelijke gezondheid, nederigheid, in het reine komen met jezelf, mediteren. Moet dat ook allemaal herschreven worden met termen die meer passen bij zachte heelmeesters?
Met het herschrijven van AA-literatuur los je de voorlichtings uitleg over de begrippen niet op. Ook niet de belemmeringen van voorlichters binnen de AA die nog worstelen met de termen. Een geïnformeerde AA-voorlichter kan de denkbeelden en ideeën kort en krachtig uitleggen aan mensen buiten de AA.
De spirituele en geestelijke aspecten is wel waar het bij de AA om draait voor herstel op lange termijn. Velen doen er maanden of jaren over om die aspecten te begrijpen, te interneren en er naar te handelen. De uitkomst is uiteindelijk niet een godsdienstige, maar een herstelde alcoholist.
Bij het geven van voorlichting over de AA is het ondoenlijk om in zeer korte tijd het gehele herstelproces in alle facetten en fases te beschrijven. Richt je praatje daarom op de mens aan wie je voorlichting geeft. Bij voorlichting aan nog drinkende alcoholisten volstaat de uitkomst die ze willen horen: gelukkig en geestelijk gezond herstel is mogelijk. Bij voorlichting aan medisch verslavingsdeskundigen volstaat de uitleg over hoe-het-werkt waarmee je aansluiting vindt met de bij hen gangbare methodieken (RET, NLP, CT, motiverende gespreksdiagnoses, etc). Bij voorlichting aan kinderen pas je je verhaal toch ook aan bij de doelgroep. Bij een nieuweling in een werkgroep wordt immers niet voor niets begonnen met de 1ste stap en niet meteen met een uitleg over de –pak m beet- de elfde.
Rekening houden met je doelgroep bij het geven van voorlichting buiten de AA heeft niets te maken met ‘er omheen draaien’ of ‘ontkenning’ zoals bij de vraagstelling wordt gesteld. Het is wel het eerlijk vertellen waar het om gaat, én rekening houdend met de belevingswereld van de luisteraar. Om dit laatste goed te kunnen doen is enige creativiteit nodig met didactische vaardigheden en presentatietechnieken. Dat is voorlichting geven.
Als er al iets herschreven moet worden, dan dient met name de voorlichtingsteksten (als ze al bestaan) herschreven te worden, niet het programma zelf.
Hieronder volgen enkele losse flodders om verder over na te denken:
Stel dat de AA wel een godsdienstige club is. Hoe komt het dan dat vooral ongelovigen en agnostici er herstellen van hun verslaving?
Stel dat je als agnost van je verslaving ‘verlost’ wil worden bij een puur klinisch en wetenschappelijk verantwoorde kliniek. Waarom hebben juist deze de slechtste langdurige herstelscores?
Nuanceverschil of van levensbelang: De enige voorwaarde bij wel-godsdienstige verslavingsklinieken is de bereidheid om een (in ons land christelijke) god te aanvaarden. Bij de AA is de enige vereiste de wil om op te houden met drinken.
De meest prestigieuze ‘goeroes’ voor changemanagement in het bedrijfsleven hanteren in hun methodiek ook een hogere macht of een god-zoals-je-deze-zelf-aanvaard. Dat doen ze niet voor niets.
Vraag aan een alcoholist die herstel vond in een agnostische instelling waar goddelijke of spirituele begrippen taboe zijn: wie of wat heeft je nu echt van de verslaving bevrijd? Het antwoord is steevast: ‘euh.. eigenlijk een soort god’ of ’een mysterieuze kracht van buiten’.
(dus nergens voor nodig om het woordje god te schapen uit de AA-literatuur)
Zowel ‘de kerk’ als de AA zijn ‘spiritueel’. Het verschil is dat je daarmee bij de AA wil herstellen van een verslaving in plaats van je ziel te redden.
Rijmpje: Hik-Sprik-Sprauw; ik geef mijn leed aan jou; ik geef mijn verslaving aan de hogere macht, zodat ik me weer beter acht. (alle rijmende variaties zijn ook goed).
Is de AA dan een soort enge sekte? Neen, de AA is dat ook niet. Als je ons desondanks toch als een sekte wil beschouwen, zie ons dan als de omkering daarvan. We zijn een de-programmeringsorganisatie van de ‘sekte-alcoholisme’. Als praktiserende alcoholist waren we daar namelijk onbewust lid van. We handelden als sekteleden: we gaven onze ziel en liefde aan de sekte-alcohol, we stonden er geheel vrijwillig al ons geld aan af, en de hele wereld moest zich aanpassen aan onze sektarische denkbeelden. Bij de AA deprogrammeren we je daarvan.
Het enige dat AA je voorhoud over ‘religie’ is dat alcohol géén god is.
Stel een praktiserende alcoholist die denkt dat de AA een afschrikwekkende godsdienstige organisatie is voor de keuze: Levenslang-nooit-meer-een-druppel-drinken of opgenomen worden in die godsdienstiger AA-club. Waar kiest hij uiteraard niet voor?
Variatie hierop: welke angst is groter dan de angst om beheerst te worden door een godsdienstige club? De angst om niet meer te drinken.
–Genoeg stof voor verdere discussie over voorlichting
BOL